Ze wou verder met haar leven, wat dit ook maar betekend. Ze kon dit niet verwoorden, ze voelde alsof ze vast zat, dat ze geen vooruitgang kon maken of ergens uit kon komen. Alles was zo vaag en het was alsof het te groot was voor haar om te managen. Ik vroeg mij af of we ergens konden komen aangezien het voor mij ook een uitdaging was om te begrijpen van waar te beginnen. Zittende hield ze haar handen over elkaar de gehele tijd. Alsof ze niet van elkaar konden worden gescheiden. Haar lichaamstaal bracht het gevoel over van ‘gevangen zijn’, maar van wat was nog onduidelijk. We bleven nog even praten en hoe meer we praatten, hoe sterker haar handen elkaar vastklampten. Misschien dat Kira kon zien wat ik niet kon zien. Misschien was ik te veel aan het kijken. Ik vroeg haar of ze met Kira aan de riem door de kamer kon lopen.

Na de eerste stappen kon ze niet stoppen met het kijken naar Kira. Alsof ze smeekte dat Kira ook naar haar moest kijken. Kira wou niet weggaan, maar ze wou ook niet naar haar kijken. Ze pakte de riem zo strak mogelijk vast en ze liep alleen naar de hoeken van de kamer. Wanneer ze stopte met lopen, dan deed ze dit in een hoek van de kamer. “Is er iets dat je niet kan loslaten”? Plotseling het gevoel van ‘in een kooi zitten (of in een hoek, zoals haar lichaamstaal liet zien)’ stopte bij een vorige relatie. Wanneer ze erover begon te praten, pakte ze de riem nog steviger vast, met al haar kracht.

Kira was niet onder de indruk van dit gedrag, wat mij verbaasde aangezien ze van ruimte om haar heen houdt. Maar dit keer was zij gewoon dar, alsof ze niet eens de strakke riem voelde. Ik vroeg haar om nog een rondje met Kira te lopen. Deze keer stopte ze in het midden van de kamer. Er werd niets gezegd. Kira ging op de grond liggen.

De riem werd uiteindelijk losser. Ik vroeg haar om Kira te laten gaan. “Ik kan dit niet. Ik weet niet eens waarom, maar ik wil dit niet. Als ik haar laat gaan dan loopt ze van me weg en het voelt alsof ik haar nooit weer zal zien”. Ik drong aan. Ze haalde de riem van Kira. Kira bewoof niet. Ze bleef Kira aankijken alsof ze ervan uit ging, of bang was dat Kira elk moment kon weglopen. Niks. Ik vroeg haar om terug te komen waar we zaken. Kira bleef op dezelfde plek liggen. “Het is ongelofelijk dat nu ik haar heb laten gaan, ik haar aanwezigheid meer voel dan wanneer ik haar dicht bij mij hield”. En ze nam een grote teug adem. Alsof al haar ‘riemen’ haar lieten gaan, en het meest belangrijke, zij liet de riemen uiteindelijk los. Wat niet betekend dat ze niet bestonden of dat ze altijd slecht waren.